Fotografie



Fotografie is het met behulp van licht en/of andere vormen van straling vastleggen van afbeeldingen van voorwerpen en verschijnselen op radiatie- of stralingsgevoelig materiaal. Het woord is afgeleid van het Grieks en betekent letterlijk schrijven met licht (φῶς (phōs): licht, en γράφειν (graphein): schrijven).

Iemand die beroepsmatig fotografie verricht heet een fotograaf. Zeker met de huidige digitale techniek zijn er steeds meer mensen die met een fotobewerkingsprogramma foto's maken. Hiervoor is niet noodzakelijk een fotocamera nodig; men kan bestaande foto's makkelijk bewerken tot een eigen product. Echter, voor het nemen van een foto maakt men wel degelijk gebruik van een camera. Een afdruk van een voorwerp dat direct op lichtgevoelig materiaal gelegd is en vervolgens belicht, is een fotogram.


Geschiedenis van de Fotografie

 

1826

Al in 1826 maakte Joseph Nicéphore Niépce foto's door een plaat die was bedekt met een lichtgevoelige bitumen (een soort asfalt) in een camera obscura bloot te stellen aan licht. Hij had hiervoor een belichtingstijd van acht uur nodig bij helder zonlicht. De foto maakte hij van zijn dak via het dakraam en door het draaien van de zon ziet men de schaduw van twee kanten. De beelden die waren gemaakt met deze techniek noemde hij retinas ("netvlies"). Deze bitumenbeelden, die naast zwart en wit ook grijstinten konden tonen, konden ook worden gefixeerd en in positieve beelden worden omgezet.

In het Franse plaatsje Saint-Loup-de-Varennes – de plaats waar Joseph Nicéphore Niépce zijn eerste proeven deed – staat een monument met de tekst "DANS CE VILLAGE NICÉPHORE NIÉPCE INVENTA la PHOTOGRAPHIE en 1826".

In 2002 werd echter een foto van Niépce ontdekt die dateert van 1825. Het is een foto van een gravure die een jonge stalknecht met een paard aan het leidsel laat zien. Hij werd aangekocht door de Bibliothèque nationale de France voor 450.000 euro.

 

1831

Louis Daguerre wordt ook vaak beschouwd als de uitvinder van de fotografie. In 1831 zette Daguerre de proefnemingen van Niépce voort met zilverjodide.

 

1834

In 1834 begon William Fox Talbot te experimenteren. Hij ontwikkelde een methode om papier lichtgevoelig te maken door het te dompelen in een zwakke zoutoplossing en daarna in een zilvernitraatoplossing. De lichtgevoeligheid van zilvernitraat was reeds in 1727 ontdekt door Johann Heinrich Schulze maar was tot dan toe niet meer dan een curiositeit en kermisattractie. Thomas Wedgwood en Humphry Davy slaagden er in 1802 al in onder invloed van licht een beeld te vangen op voorbewerkt papier, alleen lukte het hun niet dit beeld te fixeren. Talbot lukte dit wel, door ze te dompelen in een sterke zoutoplossing. Ook ontdekte hij het negatief-positiefprocedé.


1837

In 1837 ontdekte Daguerre bij toeval de mogelijkheid van ontwikkeling van het latente beeld. Hij had een gejodeerde verzilverde koperplaat kort belicht en hierna blootgesteld aan kwikdamp. Hierop bleek zich een beeld te hebben gevormd. Hij noemde dit proces daguerreotypie.

De 'uitvinding van de fotografie' werd in januari 1839 bijna gelijktijdig in Parijs en in Londen aangekondigd.

 

1839

Calotypie (ook wel talbotypie genoemd) werd uitgevonden door William Fox Talbot.

 

1847

De Franse fotograaf Louis Désiré Blanquart-Evrard publiceert de door hem uitgevonden albuminedruk. Daarmee konden negatieven direct worden afgedrukt op papier.

 

1850

Omstreeks 1850 werd door Frederick Scott Archer het collodiumprocedé uitgevonden. Daarbij verving men de papieren drager door glas en hechtte men de zilverhalogeniden met behulp van een collodiumlaag op deze doorzichtige basis. Deze glasplaten moesten terwijl ze nat waren worden belicht en meteen worden afgewerkt.

 

1861

In 1861 maakte James Maxwell met drie kleurfilters de eerste kleurenfoto.

 

1871

In 1871 vond de Engelse arts Richard Maddox een droge methode uit, de zilvergelatinedruk. Hij gebruikte daarvoor een glasplaat waarop zilverbromide in een gelatinelaag ingebed werd. Dit is de oervorm van de huidige fotografische films.

 

1879

In 1879 richtte Alfred Hugh Harman Ilford op onder de naam Britannia Works Company.

 

1880-1889

In 1881 richtte George Eastman het bedrijf Kodak op onder de naam Eastman Dry Plate Company. In 1888 bracht hij de eerste fotocamera met rolfilm voor het grote publiek uit. Met de slogan "You press the button, we do the rest", werd deze camera aan de man gebracht. Deze camera kreeg de naam "KODAK". Hiermee konden 100 opnames per filmrol worden gemaakt. Als de rol vol was stuurde de fotograaf de camera met filmrol naar de Eastman Kodak Company. Vervolgens drukte het bedrijf de foto's tegen betaling af en stuurde de afgedrukte foto's én de camera met nieuwe filmrol terug naar de fotograaf.


De introductie van de sluiter in de jaren-1880 maakte het fotograferen veel gemakkelijker. Daarvoor zat er een dop op de lens; als de fotograaf die wegnam moest hij / zij de seconden tellen van de gewenste belichting en daarna de dop terugplaatsen.

 

1891

In 1891 vond Gabriel Lippmann de methode van het reproduceren van fotografische kleuren uit, gebaseerd op het fenomeen interferentie, later bekend als het lippmannproces. In 1908 won hij hiervoor de Nobelprijs voor Natuurkunde.

 

1900 - 1909

In de jaren na 1900 komt het magnesiumlicht bij de fotografen in gebruik, dat in 1899 is gepatenteerd door Joshua Lionel Cowen. Hoewel niet ongevaarlijk, vergroot het aanzienlijk de mogelijkheden in de fotostudio's.


Het in 1903 door de gebroeders Lumière aangevraagde patent op het autochroomproces wordt toegekend en door hen op de markt gebracht. Dit is een vroege vorm van kleurenfotografie.

 

1930

In 1930 werd het mogelijk foto's (gemaakt met rolletjes) meermaals af te laten drukken door middel van negatieven van een 35mm-rolletje.

 

1960

Rond 1960 werd het voor consumenten mogelijk kleurenfoto's te maken. Lange tijd waren er problemen met het vastleggen van de kleur rood, maar de techniek was rond 1960 ver genoeg om kleurenfoto's voor de consument aan te bieden.

 

1981

In 1981 kwam het eerste digitale fototoestel op de markt waarmee digitale fotografie mogelijk is geworden. De traditionele camera, geladen met film, werd vervangen door een camera met een lichtgevoelige beeldsensor.